left
 

Artikelindex

Houding tegenover stervenden

Het besef dat er sterke emoties in het spel kunnen zijn en de angst om daar niet goed mee om te kunnen gaan, kan maken dat iemand zich afgeschrikt voelt om een stervende op te zoeken.
Dat is nergens voor nodig. Er zijn twee vuistregels waarmee je al heel ver komt: zijn is belangrijker dan doen en de ander verdient veel respect net als jijzelf.

Zijn is belangrijker dan doen: probeer te vermijden dat je denkt iets te moeten doen voor de ander of dat je de ander zijn problemen moet oplossen. Het belangrijkste is dat je zo volledig mogelijk en echt aanwezig bent bij de ander - de rest komt dan wel vanzelf.

Omdat dat niet altijd evident is, volgen hierna toch enkele richtlijnen die houvast kunnen bieden.

Aanwezig zijn, betekent eerlijk jezelf zijn - het is geen goed idee om toneel te gaan spelen en gekunsteld vrolijk te gaan doen om de ander op te peppen of je eigen emoties te verbergen. Dit geeft de ander de boodschap dat hij of zij mee moet meespelen en evenmin zichzelf mag zijn. Zelf eerlijk zijn, nodigt de ander uit om ook eerlijk te praten over wat hem of haar bezighoudt.

Als de ander emotioneel wordt, blijf dan rustig en diep ademen in het besef dat dit heel natuurlijk en zinvol is voor de ander. Laat de emoties de tijd om hun werk te doen en weersta aan de verleiding om in te grijpen. Dat betekent soms ook dat je iemand even moet laten huilen, laten wanhopig of angstig zijn. Ontvang met open hart en aandacht wat je waarneemt bij de persoon tegenover jou, maar reageer niet onmiddellijk, want door te willen troosten of helpen, plaats je ongewild jezelf en de relatie tussen jullie beiden terug op de voorgrond en onderbreek je eigenlijk het natuurlijk proces dat bij de ander op gang komt. Eventueel kan je helpen ruimte te geven aan de emotie door je inwendig voor te stellen hoe het voelt om verdrietig, angstig of boos te zijn. Als je voelt dat de emotie over haar piek is en voor dit ogenblik voldoende geuit werd, kan je natuurlijk wel de ander even liefdevol vastpakken, een hand strelen, een kus geven enz... en/of uitdrukking geven aan de gevoelens die inmiddels bij jou opkwamen (bv. machteloosheid).

Hoewel inzicht in emoties heel handig is om zelf rustig te blijven, is het goed je niet te laten verleiden tot het geven van verklaringen of bedenkingen, want dan trek je alles weer op het mentale plan. Meestal komt het -voor de betrokkene op dit ogenblik juiste- inzicht vanzelf als de emotie volledig aan de oppervlakte mag komen. Dit toelaten bevestigt de ander bovendien in zijn kracht, in zijn vermogen om de situatie zelf aan te kunnen. Als de emotie wegebt, kan je nog altijd iets zeggen waarvan je denkt dat het voor de ander waardevol kan zijn. Mensen in nood verwachten ook niet echt dat je iets zinnigs weet te zeggen; wat telt is dat ze zich omringd voelen door oprecht meelevende mensen.

Zo heeft het overigens bijvoorbeeld ook weinig zin om mensen met doodsangst te vertellen over een leven na de dood. Dergelijk geloof kan je niet afdwingen en eigenlijk negeer je dan de angstgevoelens.

Besef ook dat wanneer het om dieperliggende emoties gaat, die te maken kunnen hebben met oude kwetsuren, veel afhangt van de fysieke toestand van de betrokkene of van zijn of haar wil om hiermee aan de slag te gaan, of er iets van de oude kwetsuren via emoties kan geheeld worden.
Hoe interessant het immers ook kan zijn om oude kwetsuren aan te pakken, je kan dit niet opleggen aan iemand. Als mensen tijdens het leven daar weinig mee bezig zijn geweest, moet je niet verwachten dat ze op het einde daarin plots zullen veranderen. Mensen sterven meestal zoals ze geleefd hebben. Dit kunnen aanvaarden is de stervende als mens aanvaarden.
In een vergevorderd stadium heeft een stervende bovendien te weinig energie of concentratievermogen om zich aan een uitgebreid zelfonderzoek te onderwerpen.

Hetzelfde geldt voor oude conflicten: hoewel het natuurlijk bijzonder zinvol kan zijn om een oud conflict aan het sterfbed bij te leggen, is het toch goed om ook daar geen al te hoge verwachtingen rond te hebben. Probeer het conflict in de eerste plaats voor jezelf zinvol af te ronden.

De meeste mensen (zeker van oudere generaties) hebben niet geleerd om vrijuit over hun emoties te (mogen) praten. Als je wil aangeven dat dit bij jou wel kan of wanneer je de ander daarmee wil helpen, is het een goed idee om gewoon te benoemen wat je waarneemt: bv. "ik heb het gevoel dat je wel heel verdrietig bent, is dat zo?", "ik zie dat je je angstig voelt", "je bent precies bang", "hierover moet je toch wel boos zijn" of nog: "ik zou mij nogal opwinden als mij dat zou overkomen" (gebruik vooral je eigen bewoordingen). Al naargelang de reactie van de betrokkene kan je dan verder doorvragen of benoemen, of de zaak laten rusten. Zelfs als de ander uiteindelijk nu niet over zijn gevoelens met jou wenst te praten, is het waardevol dat je de boodschap gegeven hebt open te staan voor dergelijk gesprek.

Soms zijn emoties heel goed gemaskeerd en heeft de betrokkene er zelf geen besef van. Vaak gaan emoties zich dan fysiek gaan uiten: slapeloosheid, zweten, hartkloppingen kunnen bijvoorbeeld wijzen op angst.

Wees niet bang dat emotioneel worden te vermoeiend zou zijn voor iemand in een palliatieve fase. Het is veel vermoeiender om emoties te onderdrukken.

Laat je ook niet afschrikken door stiltes. Je hoeft niet steeds het gesprek gaande te houden om met de ander verbonden te blijven. Stiltes hebben bovendien een belangrijke functie: om het gezegde te laten zakken, om ruimte te geven aan diepere emoties, om ruimte te geven aan wat onuitspreekbaar is of gewoon, als rustpauze (een gesprek voeren kan voor een zieke immers vermoeiend zijn) of om iemand die door het ziekteproces meer tijd nodig heeft om na te denken, de kans te geven om zijn of haar gedachten te ordenen en in woorden uit te drukken. Als het stil wordt, laat je dan als het ware 'zakken' in de stilte en luister naar wat de stilte vertelt...

Respect voor de ander: respect betekent dat je je probeert in te leven in de ander en vermijdt dingen te doen die je zelf ook niet zo fijn zou vinden, zonder daardoor gespannen te raken uit schrik iets verkeerd te doen. Vragen staat vrij. Als je over iets twijfelt, spreek dit dan uit en vraag aan de betrokkene wat hij of zij er van vindt. Als je graag iets wil doen, maar je weet niet wat, spreek dit uit. De stervende weet het best wat hij of zij nodig heeft. Als communicatie niet meer mogelijk is, ligt het moeilijker: wees alert voor non-verbale signalen, probeer je in de plaats te stellen van de persoon in kwestie, met zijn of haar eigen karakter en overtuigingen en stel je voor hoe je dan zou reageren.

Respecteer de ander in zijn autonomie (beslis niet onnodig in zijn of haar plaats) en in zijn vermogen om deze situatie aan te kunnen. Verzwijg niet te snel belangrijke informatie omdat je denkt dat de ander het niet aan kan. In extreme situaties blijken mensen meestal over veel meer veerkracht te beschikken dan verwacht. Soms hebben we ook de neiging om bepaalde dingen niet te willen zeggen, omdat we het zelf niet aankunnen om de ander zeer emotioneel te zien worden. Zoek dan hulp. De meeste mensen voelen hun nakende einde wel aan en worden angstig en depressief als ze er niet open over kunnen praten.
Als je een negatieve boodschap wil overbrengen, kondig dit dan even aan (ik heb slecht nieuws), wacht er vervolgens niet langer mee, maar zeg kort en duidelijk waarover het gaat en geef de betrokkene dan de tijd om te reageren.
Neem niet alles uit handen van de stervende, vanuit een verlangen om je nuttig te maken. De stervende moet al genoeg uit handen geven, laat hem of haar nog doen wat hij of zij wel nog kan. Wees luisterend aanwezig en reageer als er een vraag naar hulp komt.

Respect voor jezelf: geef op een rustige en respectvolle manier uiting aan je eigen gevoelens. Bv. ik vind het lastig dat ik niets voor je kan doen, ik vind het moeilijk je zo te zien.

Forceer jezelf niet: beloof of doe geen dingen die je eigenlijk helemaal niet fijn vindt om te moeten doen. Begin niet over gevoelens te praten als je dat eigenlijk niet ziet zitten. Ons vermogen om ruimte te geven aan de gevoelens van een ander is recht evenredig met ons vermogen om onze eigen gevoelens te aanvaarden.

Als de ander woede op jou begint te projecteren, helpt het als je inziet dat het helemaal niets met jou te maken heeft, maar met de situatie. Woede is vaak een verhulde kreet om hulp. Geef niettemin tijdig je grenzen aan. Zeg bijvoorbeeld dat je begrijpt dat de ander in deze situatie heel boos is, maar dat je liever hebt dat hij dat gewoon zegt in plaats van zich af te reageren op jou. Als het de spuigaten uitloopt, kan je zeggen dat je even weggaat, tot de ander bekoeld is.

Praat zelf met andere mensen over de situatie. Draag zorg voor jezelf en heb oog voor je eigen behoeften. Het is niet omdat de andere stervende is, dat je jezelf moet wegcijferen.

Heftige emoties

In geval van heftige en voortdurende emoties, kan je naast aanwezig zijn, proberen de stervende te helpen ontspannen. Wat bij iemand werkt is zeer persoonsgebonden, maar je kan het proberen via aanraking, massage, vertrouwde muziek of het gebruik van etherische oliën.  Ook vertrouwde spullen (indien de betrokkene niet thuis kan sterven) en dingen die de uiterlijke zintuigen prikkelen (zachte kussens, een mooie foto, een deken in een mooie kleur, bloemen, ...) kunnen helpen om rust te brengen. Meditatie is ook een goeie techniek om te ontspannen, maar zal in deze situatie wellicht enkel helpen als de persoon in kwestie ermee vertrouwd is.

Als de oorzaak bij de ziektesymptomen ligt of in geval van al te hevige onrust waarbij niets anders helpt, kan kalmerende medicatie aangewezen zijn.

Tijdens de laatste dagen kan het soms gebeuren dat de stervende zeer onrustig tot paniekerig wordt tengevolge van een combinatie van fysieke en emotionele factoren. Dit wordt terminale onrust genoemd. Misschien voel je je als geliefde, vriend of hulpverlener van de betrokkene machteloos omdat je het gevoel hebt de ander niet meer te kunnen bereiken. Een gesprek waarbij de ander kan delen hoe hij of zij zich voelt, is in de laatste uren immers meestal niet meer mogelijk. Weet dan dat je aanwezigheid toch bijdraagt tot een gevoel van veiligheid bij de stervende.  

Besef ook dat onrustige bewegingen, opgewondenheid of verwardheid normale symptomen van het eigenlijke stervensproces zijn. In het Tibetaans boeddhisme wordt dit beschouwd als het loslaten van het element aarde en wordt er aangeraden om daar gewoon in mee te gaan: wil de stervende rechtop komen, help hem dan even, wil hij onmiddellijk weer gaan liggen, help hem ook daar dan bij. De stervende zelf heeft daar geen last van, hoewel dit vaak zo geïnterpreteerd wordt door degene die hem of haar omringen.

Innerlijk gesprek

Tot slot wil ik nog iets kwijt over de mogelijkheid tot een innerlijk gesprek. In sommige situaties is het zeer moeilijk te communiceren met de betrokkene. Het kan zijn dat de betrokkene weinig bewustzijn meer heeft en niet meer kan praten. In die situatie is het toch goed om luidop te zeggen wat je wil zeggen, want algemeen wordt aangenomen dat het gehoor het laatste zintuig is dat wegvalt. Bovendien is de intentie achter een luidop uitgesproken woord altijd krachtiger. Maar het kan ook zijn dat je nooit alleen bij de betrokkene bent en dat wat je wilt delen heel persoonlijk is. Of misschien is het onmogelijk om fysiek aanwezig te zijn bij de stervende en denk je van op afstand aan hem of haar. In dat geval kan je je toevlucht nemen tot een innerlijk gesprek.

Wat houdt dit in?
Een innerlijk gesprek houdt in dat je je zo goed mogelijk afstemt op de betrokkene. Als je fysiek nabij bent kijk je naar de stervende en neem je zo goed mogelijk waar. Wat zie je? Wat hoor je? Wat voel je? En hoe voel jij zelf aan? Focus ook met je innerlijke zintuigen: hoe voelt de sfeer rond het sterfbed aan? Welke beelden komen voor je innerlijk oog? Gedachten? Gevoelens? Neem waar, zonder oordeel en zonder iets te willen veranderen. Misschien voel je na een tijdje iets in je waarneming veranderen, waardoor je het gevoel hebt dat er op een subtiele manier een verbinding is tussen jou en de ander. Als je fysiek niet bij de ander bent, begin je met je voor te stellen dat de ander voor jou staat, zit of ligt. Je probeert de ander zo scherp mogelijk voor de geest te halen. Daarna begin je ook waar te nemen, zoals hierboven beschreven.

Als je dat goed lukt, of na een tijdje, kan je onder woorden brengen wat in je opkomt, wat je wilt uitdrukken, wat je nog wil zeggen. Je hoeft de woorden niet luidop uit te spreken, hoewel dat wel meer helderheid en kracht kan geven aan je intentie. Belangrijk is dat je na het uitspreken van enkele zinnen - luidop of gewoon vanbinnen in je gedachten- even stil wordt en je terug afstemt op je innerlijke waarnemingen. Misschien komt er een gedachte in je op of krijg je een bepaald gevoel.

Ga zo verder tot je het gevoel hebt dat het ok is en je het gesprek kan afronden. Een innerlijk gesprek bevordert de verbinding met de ander, wanneer dat door de omstandigheden moeilijk is, en maakt desondanks een mooie afronding, waarbij alles uitgesproken is wat nog uitgesproken moest worden, mogelijk.

 

 

Expressing easily what I feel
Keeps me present and keeps me real

(Shama en Frank Coppieters)

 

 

 

 

 

 

righttop

Het is avond
Ik ben vermoeid
Ik sluit mijn ogen

voor de nacht die
eeuwig is van
wondere klaarte

Ugo Verbeke

right

U mag de teksten van deze site vrij gebruiken en verspreiden, mits vermelding van www.izamen.be.