left
 

Artikelindex

Stem

Er was een tijd, toen ik nog klein was en de dieren nog konden praten, dat ik het hebben van een stem niet zo belangrijk vond. Ik stelde mij voor hoe ik, wanneer op een vreselijke nacht een boze fee aan mijn bed zou staan, die met krakende stem aankondigde dat ze mij iets zou afnemen, maar dat, omdat ze goed gestemd was, ik zelf mocht kiezen wat, onverschrokken zou antwoorden: neem dan mijn stem, want kunnen praten leek mij net iets ondergeschikt aan kunnen horen of kunnen zien bijvoorbeeld.

Nu denk ik daar anders over. Nu sta ik tegenover Ronny, die door een vergevorderde keelkanker, een canule in zijn keel zitten heeft, waardoor hij met veel inspanning woorden fluistert die je, als je heel goed de oren spitst, net nog kunt ontwaren tussen het blazen van de lucht heen.

Nu zijn er op onze afdeling regelmatig mensen die mijn drempelvrees om een kamer binnen te gaan en een gesprek met een onbekende aan te knopen behoorlijk de hoogte injagen: mensen met een canule, mensen met aangetaste stembanden, mensen zonder tanden, mompelende mensen of mensen die zwaar dialect spreken- de weg van een welwillende vrijwilliger loopt niet altijd over rozen.

Niets zo vervelend als schaapachtig en vertwijfeld iemand aankijken die na een lang en ongetwijfeld boeiend verhaal tot de ontdekking komt dat je er niets van begrepen hebt. Bij een eerste ‘het spijt mij, maar ik versta u niet', kan je nog op veel begrip rekenen, maar na de vierde of vijfde keer wordt het echt wel gênant en begin je zelf te twijfelen aan de zin van je aanwezigheid, om niet te zegen, van je bestaan.

Uiteraard moet je de zin van je bestaan niet al te snel in twijfel laten trekken en dus ben ik vandaag over de drempel heen geklauterd en de kamer van Ronny binnengestapt.

Ronny is een minzame man met een sterke mimiek en uitgesproken gebaren en zo wisselden wij al enige informatie uit over het feit dat hij wat last heeft van zijn heup, maar voor de rest niet mag klagen. Nu maakt hij een gebaar met zijn hand van boven naar beneden en kijkt hij mij verwachtingsvol aan. Een mens moet niet te snel panikeren, dus vraag ik rustig: 'wat zeg je?' Ronny fluistert nog harder. Ik buig mij dichter naar hem toe en produceer een vragende blik op mijn gezicht. Ronny herhaalt. Lichte onrust maakt zich nu van mij meester. Ik heb er nog altijd geen snars van begrepen en begrijp dat het tijd is om te beginnen gokken. Is het hier beter dan op de afdeling boven? Ronny schudt van nee. Waarmee hij vermoedelijk niet wil zeggen dat het op onze afdeling niet beter is, maar dat hij dat nu even niet wil meedelen. Ik pijnig mijn hersenen maar hoe meer ik naar inspiratie verlang, hoe magerder de oogst. Uiteindelijk geef ik ootmoedig, maar volstrekt overbodig, toe dat ik het nog altijd niet begrijp. Ronny maakt terug een gebaar met zijn hand van boven naar beneden terwijl gefluister en geblaas mijn welwillende oren tegemoet komen. Maar een onzichtbare muur tussen ons, maakt dat ik hem slechts doofstom kan aanstaren. Ik kijk aandachtiger naar de plaats die hij aanwijst. Moet het zonnescherm naar beneden? Ronny schudt heftig met zijn hoofd. Ik voel dat hij boos wordt. Het zweet breekt mij uit. Het verlangen om met een vingerknip mijzelf weg te kunnen toveren, neemt toe. Helaas, alle wetenschap ten spijt, behoort ‘Beam me up, Scotty' nog niet tot de dagdagelijkse werkelijkheid, en dus ploeter ik moeizaam verder in deze duistere communicatie-poel.

Ronny maakt een wuivend gebaar, waarmee hij wil aangeven dat het er niet toe doet en dat hij het opgeeft.

Maar het doet er wel toe! In een laatste wanhopige poging, doe ik een onberedeneerde gok: regen ? Ronny kijkt mij stralend aan. Plots lijkt het mij de evidentie zelve: ze zeggen dat het gaat regenen? Ronny knikt uitbundig. Al werd er voorspeld dat de aarde zou gaan beven en half België van de kaart geveegd zou worden, ik kan mijn geluk niet op. Ik heb de kaap overwonnen, ik ben geslaagd, in dit tijdperk van communicatie, heb ik in de meest hachelijke omstandigheden de verbinding in stand kunnen houden! Ik voel mij bijna een pionier.

Het gesprek gaat nu gezapig verder en ook al knik ik af en toe begrijpend zonder iets begrepen te hebben, voor mij is dit een zeer geslaagd gesprek.

Na enige tijd maak ik aanstalten om te vertrekken uit de kamer. Ronny bedankt mij goedmoedig en voegt er aan toe: de volgende keer niet zo lang wachten. Dat heb ik deze maal wel meteen begrepen en ik begrijp nog veel meer ook: dit is niet een man die op zoek is naar iemand met een bovennatuurlijk gehoor, maar een man die op zoek is naar gewoon, warm, menselijk gezelschap. Ik schaam mij diep. Ik herinner mij namelijk dat ik de vorige keren dat ik op de eenheid was, niet bij Ronny geraakt ben omdat ik telkens voorrang gaf aan andere taken die mij gemakkelijker afgaan dan deze moeizame communicatie.

Sindsdien ga ik altijd bij Ronny binnen. Tenslotte heb ik twee benen die mij overal naartoe kunnen brengen. Het kan mij niet meer deren dat we samen staan te klungelen bij het voeren van een alledaags gesprek. We zijn bij elkaar en als het niet lukt om te converseren, dan heb ik ook nog twee handen om te masseren, twee ogen om te zien hoe hij het leven aankijkt en twee armen om hem te omhelzen als het moeilijk gaat.

Geen boze fee die mij dat nog kan afpakken!

 

righttop

Op de lijn tussen hemel en aarde
mocht ik je ontmoeten
je leek te breken-
maar tussen de scherven
ving ik de schittering van je ziel

Ik mocht een eindje mee
je mee uitwuiven
van op de steigers van het leven
Ik proefde de wind van je woorden
proefde even je afdruk in mijn hart

Dank je wel, dappere ziel,
voor jouw leven op aarde
nu teder ingepakt
als een voltooid geschenk

Tussen de plooien van mijn gedachten
stop ik een kleine vlinder
zijn vleugelslag in de warme lentezon
zal mij herinneren aan jou

right

U mag de teksten van deze site vrij gebruiken en verspreiden, mits vermelding van www.izamen.be.