left
 

Artikelindex

 

Palliatieve éénheden zijn bijzondere afdelingen in een ziekenhuis waar een team van professionelen en vrijwilligers de laatste levensmaanden van ongeneeslijk zieke patiënten zo comfortabel mogelijk probeert te maken. Hoe gaat het er aan toe op een pallitieve eenheid? Hoe ziet zo'n eenheid er uit? Wat doen vrijwilligers op een palliatieve eenheid? In deze rubriek vertel ik ook over mijn eigen ervaringen als vrijwilligster. Hoe stel ik mij op ten aanzien van stervenden en hun geliefden? Je vindt er ook enkele antwoorden of veelgestelde vragen.

 

De palliatieve éénheid. Een begrip dat bij iedereen wel iets oproept, zelfs als men nog nooit een voet binnen gezet heeft op een palliatieve afdeling.
Het is een vrij recent fenomeen. Pas de laatste decennia kwam de palliatieve zorg uitgebreid in de aandacht en werden eenheden opgericht om mensen die zich in de laatste fase van een ongeneeslijke ziekte bevinden, zo comfortabel mogelijk te verzorgen, met aandacht voor de fysieke, emotionele en spirituele aspecten van het sterven en de stervende. Voor wie er opgenomen wordt, is het soms een opluchting, maar heel vaak ook confronterend: "Dit is mijn eindstation...". 

De palliatieve éénheid: hoe en wat?

Wanneer naar een palliatieve eenheid?

Patiënten hebben meestal niet de neiging te vroeg te komen, wat soms jammer is. Er is immers tijd nodig om iemand en zijn specifieke noden te leren kennen en er is tijd nodig voor de patiënt en zijn naasten om zich aan te passen aan de nieuwe omgeving. Het is overigens niet altijd alleen de patiënt zelf of zijn familie die het moeilijk heeft om de stap naar een palliatieve eenheid te zetten. Ook behandelende artsen hebben vaak de neiging te lang te veronderstellen dat hun patiënt nog niet gaat sterven.
Soms wil iemand ook helemaal niet naar een "vreemde" eenheid komen en gewoon rustig thuis sterven, maar is dit voor de mantelzorg niet haalbaar. Ondanks de mogelijkheid van palliatieve thuiszorg, kan thuis blijven bij nood aan intensieve zorg heel belastend zijn voor de partner of andere personen die instaan voor de betrokkene en dan blijkt de palliatieve eenheid vaak het beste alternatief. Ook voor mensen die niet kunnen terugvallen op iemand om hen te helpen, kan een opname op een eenheid een oplossing zijn.
De doelgroep van een palliatieve eenheid zijn personen met een beperkte levensverwachting, bijvoorbeeld twee maanden (dat hangt af van eenheid tot eenheid). Wat zeker niet betekent dat er een soort druk zou zijn om dan ook binnen die periode het loodje er bij neer te leggen. Als patiënten stabiel blijken te zijn, wordt in overleg met alle betrokkenen gezocht naar een andere oplossing (een plek in een rust-en verzorgingstehuis, terug naar huis, ...). Een patiënt wordt in elk geval nooit zomaar op straat gezet. Het is evenmin zo dat er op een palliatieve afdeling nonchalant zou omgesprongen worden met pijnstillers en andere medicatie, waardoor je er sneller zou sterven, dan wanneer je thuis of op een andere afdeling gebleven zou zijn. Het is bovendien niet omdat een (uitzichtloze) behandeling stopgezet wordt, je toestand sneller achteruit gaat. Integendeel, het stopzetten van de behandeling kan voor meer comfort en een mindere belasting zorgen, waardoor de patiënt zich na enkele dagen op de palliatieve afdeling een stuk beter voelt.
Meestal worden er geen kinderen opgenomen op een palliatieve eenheid (voor kinderen bestaan er initiatieven voor begeleiding in het ziekenhuis en thuis).

Hoe ziet een palliatieve eenheid er uit?

Een palliatieve eenheid beschikt niet alleen over kamers en een verpleegpost, maar ook over een living, een keuken, een badkamer, een stiltekamer, een vergaderruimte voor overleg en eventueel een rookkamer. Bloemen en planten, schilderijen, aankleding en kleuren helpen mee om een zo huiselijk mogelijke sfeer te creëren.

Houding tegenover de patiënten

Wie er binnengaat, komt meestal terecht in een heel rustige en serene sfeer. Op deze afdeling zijn er meer verzorgenden tegenover een kleiner aantal patiënten waardoor alles ook veel gemoedelijker verloopt. Er is tijd om op het ritme van de patiënt mee te gaan, er is tijd voor een babbel, voor iets extra's... De patiënt en zijn familie, vrienden en kennissen worden zo respectvol mogelijk benaderd. Er is aandacht voor de specifieke noden van de patiënt, ook inzake privacy. Een patiënt kan er voor kiezen om met gesloten deur op zijn kamer te verblijven, kan aangeven (bepaald) bezoek niet te willen ontvangen of kan contact zoeken met andere patiënten, familie of personeel door in de keuken koffie te gaan drinken of in de living te gaan zitten. Het is niet zo dat er over het hoofd van de patiënt heen wordt beslist. Indien dit nog mogelijk is, wordt met de patiënt en zo niet met de naaste familie alles besproken: het gebruik van medicatie, het eten, wat mogelijk is om meer comfort te bieden... De patiënt wordt er niet "betutteld". In de mate van het mogelijke wordt aan zijn wensen tegemoet gekomen.

Leven op een palliatieve afdeling

Op een palliatieve afdeling is het dus helemaal niet 'doods'. Integendeel. Op een palliatieve eenheid wordt de essentie van het leven aangeraakt en daardoor wordt er net echt geleefd.
En er is nog veel mogelijk op een palliatieve éénheid.
Patiënten kunnen slapen en eten wanneer ze willen. Uiteraard gebeurt de verzorging binnen een min of meer vast tijdsschema, maar er wordt veel soepelheid aan de dag gelegd. Indien de patiënt dat wenst, kan hij elke dag een (bubbel)bad nemen - een speciale lift tilt hem of haar in het bad, indien hij of zij er niet zelf meer kan in stappen. Met desgewenst zachte muziek, kaarsjes en badschuim om het extra ontspannend te maken.
Het eten wordt dag na dag besteld, waarbij er enige keuze mogelijk is. Familie of naasten kunnen ook zelf eten van thuis meebrengen. Extraatjes zoals een glas champagne, frietjes, een ijsje of andere 'favorieten' van de patiënt worden, indien mogelijk, geserveerd.
De patiënt kan klein meubilair (een bijzettafeltje bijvoorbeeld), kaders, foto's en voorwerpen van thuis meebrengen. Sommige kamers stralen daardoor een heel persoonlijke sfeer uit. Een eigen donsdeken, eigen kussens... kunnen al ontzettend veel verschil uitmaken. Ook inzake spirituele beleving, genieten de patiënten de nodige vrijheid, zolang zij andere patiënten niet storen of voor het hoofd stoten.
Een patiënt zit niet opgesloten op deze eenheid: als hij of zij daartoe in staat is, kan hij buiten gaan wandelen, naar de cafetaria gaan, een uitstap maken, enkele dagen terug naar huis keren... eventueel met behulp van de palliatieve thuiszorg.
Massages kunnen de patiënt helpen ontspannen.
Bezoek is 24 uur op 24 uur mogelijk. Familie kan blijven overnachten op de kamer bij de patiënt als ze dat wensen.
Speciale gelegenheden (bv. een verjaardag) worden vaak op de afdeling gevierd. 
Sommige patiënten spreken wel eens over hun "5-sterren hotel"...

Know-how

Een sterk punt van een palliatieve afdeling is dat er zowel bij dokters als verpleegkundigen gespecialiseerde kennis aanwezig is over pijn- en symptoomcontrole en dat er tijd en ruimte is om aandacht te besteden aan kleine en grote ongemakken waar desnoods snel op ingespeeld kan worden. Hoewel er altijd uitzonderingen zijn, is pijn veelal snel onder controle te krijgen, zonder dat dit levensverkortend hoeft te werken.
Een palliatieve eenheid beschikt ook over het nodige, aangepaste materiaal (tilliften, speciale matrassen om doorligwonden te voorkomen...)
Een palliatief team beschikt ook over psychologen, pastorale medewerkers, sociaal verpleegkundigen, een kinesitherapeut, vrijwilligers.

Euthanasie

Op een palliatieve afdeling is men uiteraard ook goed op de hoogte van de wetgeving rond laatste wilsbeschikkingen en euthanasie. De visie over het al dan niet toepassen van euthanasie in de palliatieve zorg kan wel variëren van eenheid tot eenheid.
Vaak brengen patiënten hun vraag in orde, omdat het hen geruststelt te weten dat er direct ingegrepen kan worden als het echt niet meer gaat. Dit maakt vaak dat mensen meer kunnen verdragen. Heel wat euthanasie-aanvragen worden uiteindelijk niet uitgevoerd. Euthanasie blijft hoedanook een verregaande en beklijvende ingreep voor alle betrokkenen. Vaak kiezen mensen dan ook voor een "tussenoplossing" als het niet meer gaat: palliatieve sedatie. Via medicatie wordt het bewustzijnsniveau verlaagd, zodat de patiënt 'slaapt' (al dan niet met tussenpozen) en geen pijn of ongemakken meer ervaart.

Toestand patiënten

De toestand van patiënten op een palliatieve afdeling kan zeer uiteenlopend zijn. Sommige patiënten zien er nauwelijks ziek uit en zou je op het eerste gezicht verwarren met een bezoeker, anderen kunnen het bed niet meer uit en komen nauwelijks nog bij bewustzijn. De meesten bevinden zich daar tussenin.

Sterven

Ook de manier van sterven kan heel verschillend zijn: sommigen doven sereen als een kaarsje uit, anderen zijn zeer onrustig. Sommigen gaan plots zeer snel achteruit en overlijden, anderen lijken op sterven na dood, maar blijven nog dagen in leven. Het precieze tijdstip van sterven is zeer moeilijk te voorspellen. Als vermoed wordt dat het bijna zo ver is of indien de toestand van de patiënt plots verandert, worden de opgegeven contactpersonen zo snel mogelijk verwittigd. Niettemin is het niet altijd mogelijk om tijdig aanwezig te zijn bij het eigenlijke stervensmoment. Het is trouwens een bekend fenomeen dat mensen dikwijls net sterven, als de wakende familie even de deur uit is. Het is ook heel persoonlijk of iemand het belangrijk vindt om op dit moment aanwezig te zijn of niet.
De verblijfsduur van patiënten varieert sterk: van enkele dagen tot enkele weken en zelfs enkele maanden, hoewel dit laatste eerder uitzonderlijk is.

Na het sterven

Na het sterven gebeurt de lijktooi door de verpleegkundigen op aanwijzing van de naasten van de overledene (welke kledij, bril of niet, smink...). Desgewenst kan de familie meehelpen. De gestorvene kan nog een tijdje op de afdeling blijven (eventueel op een aparte kamer hiervoor bedoeld) zodat familie en vrienden in alle rust afscheid kunnen nemen. Na maximaal twaalf uur gaat de overledene naar het mortuarium van het ziekenhuis of van de gecontacteerde begrafenisondernemer.
Ook na het overlijden zijn vrienden en familie nog altijd welkom op de afdeling om herinneringen op te halen of een babbeltje te komen slaan.
Palliatieve afdelingen voorzien meestal ook in een (collectief) bemoedigings- en herinneringsmoment enkele maanden na het overlijden. Dat kan heel deugddoend zijn.

Verschillen tussen afdelingen

Hoewel in Vlaanderen overal hetzelfde concept gehanteerd wordt, heeft elke palliatieve eenheid zijn eigen beleid en eigen accenten. Het is dus goed om vooraf even te informeren als u een opname op een palliatieve eenheid overweegt. U kunt ook altijd vooraf een bezoek brengen of een rondleiding vragen, vooraleer u een beslissing neemt.

Andere initiatieven

Naast de palliatieve eenheid zijn er ook andere initiatieven die de palliatieve patiënt ondersteunen: zo moet elk ziekenhuis uitgerust zijn met een palliatief support team die op de andere afdelingen van het ziekenhuis actief is. Er bestaan ook palliatieve dagcentra en er is ook de mogelijkheid van palliatieve thuiszorg.

De erkende initiatieven inzake palliatieve zorg in Vlaanderen zijn ondergebracht in vijftien regionale netwerken. De links naar deze netwerken vindt u terug op www.palliatief.be, de website van de Federatie Palliatieve Zorg.


Veel gestelde vragen op een palliatieve afdeling

 

 

. Mag de patiënt wel roken of alcohol drinken? Mag een diabetespatiënt zoetigheid eten?

In de laatste weken of dagen staat comfort voorop. Als de stervende geniet van een sigaretje of een ‘dreupelke', zal dit zeker niet geweigerd worden. De schadelijke effecten van roken of drinken zijn nog weinig relevant bij een palliatieve patiënt. Het spreekt vanzelf dat andere patiënten en bezoekers hier geen last van mogen ondervinden. Roken zal daardoor vaak maar op bepaalde plaatsen mogelijk zijn.

Hetzelfde geldt voor diabetici: als zij hun dieet niet langer wensen te volgen, zal hen dat niet opgelegd worden.

· Waarom krijgt hij/zij geen infuus of baxter meer?

Voor bezoekers is het soms vreemd te zien dat de patiënt nu plots geen infuus of baxter meer heeft. Dat geeft hen de indruk dat de patiënt geen voeding meer krijgt en daardoor sneller zal sterven of nog erger, dat men het niet meer de moeite vindt om hem of haar nog van de nodige voeding te voorzien, omdat hij toch gaat sterven.

In een vergevorderd stadium heeft het gewoonweg geen zin meer om het lichaam voeding of vocht bij te geven. Het lichaam is immers niet meer in staat om voeding in energie om te zetten of om vocht te gebruiken. Voeding of vocht toedienen kan dan een averechts effect hebben. Vocht, zonder dat het lichaam daar nog om vraagt, kan bijvoorbeeld aanleiding geven tot vochtophoping in het lichaam, wat voor bijkomend ongemak zorgt. Bovendien is het niet zo aangenaam voor de patiënt om met extra buisjes geconfronteerd te worden.

· De patiënt voelt plots heel warm aan: heeft hij of zij een bijkomende ziekte opgelopen?

Naar het einde toe kan de lichaamstemperatuur plots oplopen. Men noemt dit ook wel terminale koorts. Sommige patiënten gaan ook overvloedig zweten. Dit is een normaal kenmerk van het stervensproces.

In het Tibetaans Boeddhisme wordt dit verschijnsel overigens beschouwd als het loslaten van het element water (de vijf elementen).

In een vroeger stadium kan het natuurlijk wel op iets anders wijzen. De dokter kan hierover uitsluitsel geven.

· Heeft het nog zin om tegen hem of haar te praten? Hoort hij of zij ons wel nog?

Er wordt algemeen aanvaard dat het gehoor het laatste zintuig is dat wegvalt. Zelfs indien de patiënt niet langer bij bewustzijn is, functioneert het gehoor nog. Het is dus zeker zinvol om nog tegen de patiënt te praten ook al komt er geen reactie meer. Sommige mensen laten lievelingsmuziek van de patiënt spelen.

· Hoelang zal het nog duren?

Het tijdstip van overlijden is zeer moeilijk te voorspellen. Elk stervensproces is uniek. Als de patiënt koude handen en voeten krijgt, een spitse, bleke neus, blauwe nagels en lippen of als de ademhaling heel onregelmatig wordt of hij of zij overvloedig begint te zweten, kan je er van uitgaan dat het zeer snel kan gaan en zeker niet langer dan een paar dagen meer zal duren.

· Wat moet ik doen? Wat kan ik nog doen?

Als de patiënt zich naar het einde toe heel onrustig gedraagt en communicatie nauwelijks nog of niet meer mogelijk is, worden aanwezige familie of vrienden vaak heel ongemakkelijk. Men wil graag helpen, maar weet niet wat te doen.

Vertrouw er op dat jouw aanwezigheid voelbaar is voor de betrokkene en dat je aanwezigheid alleen al heel veel kan betekenen. Aarzel dan ook niet om dicht bij de stervende te gaan zitten en hem of haar aan te raken, als dat tussen jullie een natuurlijke manier van doen was. Sterven blijft evenwel een heel bijzonder proces waarbij oerkrachten aan het werk zijn en waardoor het van tijd tot tijd heel heftig kan lijken. Je zou het kunnen vergelijken met een bevalling: ook hier kunnen de weeën heel heftig zijn, maar dat betekent niet dat er iets fout gaat. Sterven, is net als bevallen, een natuurlijk proces. Het lichaam van de stervende volgt zijn eigen wijsheid en doet wat nodig is. Wees ervoor beducht dat jij misschien meer last hebt van heftige stervenssymptomen, dan de stervende zelf. Hij of zij heeft bijvoorbeeld zelden ongemak van onwillekeurige bewegingen of een reutelende ademhaling. Het fysieke bewustzijn van de stervende neemt bovendien af.
Blijf zelf goed ademen, zo blijf je rustiger en kan je je beter afstemmen op de stervende. Als je dat kan, moedig hem of haar dan eventueel aan -al dan niet inwendig- : je doet het heel goed, vervolg je weg maar, ga maar... Als je gelooft in een voortbestaan na de dood, kan je je eventueel voorstellen hoe je geliefde straks aankomt op een prachtige plek en hoe hij of zij er omringd wordt door liefdevolle wezens.

. Kan ik palliatief verlof krijgen? Welke tarieven hanteren medische verzorgers? Wat moet er praktisch allemaal gebeuren na het overlijden?

Voor al deze praktische vragen kan je terecht op www.pha.be, bij de rubrieken 'Thuiszorgorganisatie' en 'Wetgeving'.  

 


 

Vrijwilliger op een palliatieve éénheid

Het palliatief team bestaat naast verpleegkundigen, artsen, psycholoog, pastorale werkers, kinesitherapeut, poetshulp... meestal ook uit vrijwilligers. De meerwaarde van een vrijwilliger is dat hij niet handelt als een deskundige, maar als mens aanwezig is bij de patiënten, hun familie en alle betrokkenen op de palliatieve eenheid.

Taken en verantwoordelijkheden van een vrijwilliger

Wat doet een vrijwilliger zoal?

Dit kan variëren van eenheid tot eenheid, maar meestal kan je van vrijwilligers het volgende verwachten : zij houden mensen gezelschap, staan klaar voor een babbel of bieden een luisterend oor, zij helpen desgevraagd bij de dagelijkse lichamelijke zorg, helpen bij de maaltijden, bieden emotionele steun, maken een wandelingetje met de patiënten, halen even een krant, geven een hand- of voetmassage of lezen voor uit een boek, waken bij de stervenden, helpen bij de lijkzorg, helpen bij bemoedigingsmomenten en de voorbereiding ervan, noteren relevante informatie in het dossier en signaleren dingen die van belang kunnen zijn aan de rest van het team, helpen mee een huiselijke sfeer te creëren, steken een handje toe bij het onthaal en de opvang van bezoekers of nieuwe patiënten en verrichten huishoudelijke taken zoals strijken, taart bakken, planten verzorgen, kerstboom versieren ...

De vrijwilliger vult zijn shift grotendeels zelfstandig in en legt zijn eigen accenten volgens interesse en aanleg.

Van een vrijwilliger wordt meestal verwacht dat hij één tot twee shifts van vier uur per week doet volgens een vooraf afgesproken uurrooster. Voor de aanvang van de shift wordt hij of zij via ‘de overdracht' geïnformeerd over de patiënten en hun toestand. De vrijwilliger verbindt er zich toe aanwezig te zijn op intervisie- en vormingsmomenten. Ook vooraf krijgt de vrijwilliger in spe een vorming van enkele dagen over alle aspecten van de palliatieve eenheid.

Een goeie, persoonlijke houding vinden.

Keer op keer een kamer binnengaan, waar een onbekende zich aan het einde van zijn of haar leven bevindt en misschien zelfs al stervende is, is een heel bijzondere en weinig alledaagse situatie. Welke houding neem je als vrijwilliger aan? Wat is een wenselijke en meteen ook natuurlijk aanvoelende positie voor je? Vanuit welke energie en vanuit welke intentie benader je de mensen?

Vanuit de palliatieve setting wordt van een vrijwilliger respect voor de eigenheid en de leefwereld van de patiënt verwacht, evenals voor zijn privacy en zelfredzaamheid, communicatievaardigheid, teamgeest en het vermogen om het eigen handelen in vraag te kunnen stellen. Dat is al enigszins een richtlijn, maar laat (gelukkig) nog veel ruimte voor een concrete en persoonlijke invulling.

Bewust op zoek gaan naar een houding die binnen het geschetste kader het beste aansluit bij je eigen wezen, helpt om ten volle aanwezig te zijn en een gezond evenwicht te creëren tussen geven en ontvangen.

Mijn eigen ervaring als vrijwilliger

Zelf ben ik al enkele jaren actief als vrijwilliger op een palliatieve eenheid, wat mij veel voldoening geeft. Als ik mij bezin over hoe ik dat doe, vallen mij vooral drie dingen op.

Waarnemen en waken over veiligheid

Keer op keer jezelf confronteren met een onbekende in een emotionele situatie, vraagt aandacht voor begrenzing en veiligheidsgevoel. Veiligheidsgevoel bij de patiënt, maar ook bij jezelf als vrijwillige hulpverlener.
Als ik mij om één of andere reden minder op mijn gemak voel in het contact met de patiënt of andere aanwezigen, probeer ik vooral alleen maar "waar te nemen". Ik ga als het ware tussen de ander en mijzelf in gaan staan en focus mij beurtelings op de ander en zijn behoeften en gevoelens en op mijzelf en mijn eigen noden en gevoelens. In deze "houding" probeer ik vooral bewust te worden van wat er op dat moment aanwezig is en mijn neiging om onmiddellijk te reageren op wat zich aandient, af te remmen. Door ook mijzelf als het ware van buitenaf te observeren, dissocieer ik mij van mijn persoonlijke stemming en gedachten die niets met de patiënt te maken hebben. Daardoor word ik "neutraler" en ben ik gemakkelijker echt aanwezig. Het besef dat ik ook mijn eigen noden in de gaten hou, bezorgt mij een veilig gevoel, waardoor ik dieper in contact met de patiënt durf te gaan en niet zo snel afgeschrikt word door stiltes of moeilijke momenten in het gesprek. Een veilig gevoel maakt het ook gemakkelijker om minder gewenste boodschappen over te brengen (bv. de bevestiging dat iemand niet meer gaat genezen, dat het overlijden van een dierbare geen weken meer zal duren, dat je shift er op zit en je naar huis wil...). En als ik mijzelf veilig en ontspannen voel, straalt dat ook af op de patiënt die daardoor onbewust de boodschap oppikt dat de situatie veilig is. Dat is niet onbelangrijk bij mensen die zich gemakkelijk angstig voelen bij het idee van hun naderende dood.
Inwendig alert zijn voor wat er gebeurt, help ook om te vermijden dat je vanuit eerder dubbelzinnige motieven begint te handelen, die je vroeg of laat onvermijdelijk de mist doen ingaan, zoals bijvoorbeeld een overdreven verantwoordelijkheidsgevoel of een verdoken behoefte om graag gezien te worden.
In het algemeen vind ik het ook gemakkelijker om een ontmoeting af te ronden en niets 'mee naar huis' te nemen als ik mijn eigen grenzen goed bewaak.

Liefdevolheid

Het lijkt mij redelijk vanzelfsprekend dat je dit soort werk vanuit je hart doet.
Met een open en warm hart bij de mensen aanwezig zijn, betekent voor mij je respectvol, ontvankelijk, fijngevoelig en koesterend opstellen. Onvoorwaardelijk aanvaarden wat er zich aandient, zonder te oordelen en met een bijzondere aandacht voor de schoonheid en innerlijke kracht van de mens tegenover je. Als mensen heel emotioneel zijn, stel ik mij inwendig voor dat er een warme, omhullende mantel om hen heen gelegd wordt, waardoor er een ruimte ontstaat waarin ze veilig zijn en welkom zijn mèt hun kwetsbaarheid, onrust en emoties. Ik probeer een diep vertrouwen te voelen in het natuurlijk proces van loslaten en sterven en dat ook uit te stralen. Soms voer ik een inwendig gesprek met onrustige mensen waarmee normale communicatie niet meer mogelijk is, waarbij ik hen van op de zijlijn bevestig en aanmoedig. Vanuit je hart kan je een heel diepe liefde voelen voor de relatief onbekende mens tegenover je en je heel diep verbonden voelen met alle levende wezens en het leven in het algemeen. Die verbondenheid maakt veel zwaarte lichter.

 

Je kan maar leren kennen wat je liefhebt.

 

 

Spirituele verbinding

Vanuit mijn interesse en aandacht voor het spirituele, probeer ik bij een stervende ook aandacht te hebben voor de ‘energetische' toestand van de betrokkene en de ondersteuning van het energetische stervensproces (zie ook het energetische sterven).

Ik probeer de wakenden rond de stervende indien nodig (nog) beter af te stemmen op wat er gebeurt door met hen over het leven van de stervende te praten, te vragen naar hun overtuigingen omtrent de dood en wat erna komt of door informatie over de stervenssymptomen te geven als ze dat vragen. Als betrokkenen aangeven te geloven in een leven na de dood, informeer ik soms naar een overleden persoon of een spiritueel wezen die voor de betrokkene belangrijk is geweest, om zo de verbinding te versterken. Het heeft weinig zin om mensen die niet geloven dat er nog leven na de dood is, te willen troosten met andere inzichten - inzichten zijn persoonsgebonden en vallen niet af te dwingen - maar het is mijn ervaring dat gewoon neutraal informeren naar iemands overtuigingen terzake, al heel wat in beweging kan zetten. Soms vertel ik wel eens iets over het oplossen van de vijf elementen volgens het Tibetaans Boeddhisme om verontrustende fysieke verschijnselen te helpen plaatsen en de aanwezigen gerust te stellen.

Het spreekt vanzelf dat je ook op spiritueel vlak je voor de ervaringen van de ander ontvankelijk opstelt en het standpunt en de grenzen van de ander respecteert.

 

Je brengt je spiritualiteit niet naar het sterfbed; je vindt haar daar.

(Merill Collet)

 

 

righttop

Op de lijn tussen hemel en aarde
mocht ik je ontmoeten
je leek te breken-
maar tussen de scherven
ving ik de schittering van je ziel

Ik mocht een eindje mee
je mee uitwuiven
van op de steigers van het leven
Ik proefde de wind van je woorden
proefde even je afdruk in mijn hart

Dank je wel, dappere ziel,
voor jouw leven op aarde
nu teder ingepakt
als een voltooid geschenk

Tussen de plooien van mijn gedachten
stop ik een kleine vlinder
zijn vleugelslag in de warme lentezon
zal mij herinneren aan jou

right

U mag de teksten van deze site vrij gebruiken en verspreiden, mits vermelding van www.izamen.be.